De geschiedenis en ontdekking
van de
bijzondere eigenschappen

Verleden
(tot 1970).
Jiaogulan wordt uitgesproken als
Jow-Goo-Lan. De botanische naam is Gynostemma Pentaphyllum.
Jiaogulan betekent letterlijk vertaald “kronkelende klimorchidee”. Jiaogulan is
een klim- of rankplant die in verschillende delen van China in het wild groeit.
De eerste beschrijvingen van Jiaogulan dateren uit de Ming dynastie (1368-1644)
In het boek Materia Medica bij Ondervoeding uit 1406 beschrijft en tekent Zhu
Xiao als eerste Jiaogulan. Hij ziet Jiaogulan echter alleen als voedingsgewas,
dat men kan eten bij gebrek aan voedsel of bij hongersnood.
Het was later in 1578 dat de gerenommeerde kruidenarts Li Shi Zhen de
geneeskrachtig bevorderende eigenschappen van Jiaogulan ontdekte en
Jiaogulan in zijn boek “Compendium of Materia Medica” beschreef dat het een ondersteuning
kan zijn bij o.a.: bloedingen, oedemen, keelpijn, bij hitte en oedemen bij de
nek, bij tumoren en trauma’s. Dit waren de eerste aantekeningen over Jiaogulan.
Jiaogulan
werd echter in die tijd vaak verwisseld met een andere plant die veel op
Jiaogulan lijkt, namelijk Wulianmei 2.
Later nam Wu Qi Jun in zijn boek “Textual Investigation of Herbal Plants” de
aantekeningen van Li Shi Zhen over en vulde deze met verdere gegevens aan
waardoor er meer duidelijkheid in de werking en het gebruik van Jiaogulan
ontstond.

Oorspronkelijk groeide Jiaogulan alleen in de berggebieden in het zuiden van
China (meer bekend als het oude China), ver weg van het centrale gedeelte van
het land.
Het centrale deel van China is tevens het gebied waar de oorspronkelijke
traditionele volksgeneeskunde (TCM) zijn wortels heeft, dus de reden waarom
Jiaogulan in dit systeem van de traditionele geneeskunde niet was opgenomen
kwam doordat men in dit gebied Jiaogulan niet kende. Jiaogulan is niet in de
standaard farmacologie van geneeskrachtige kruiden binnen de TCM opgenomen.
Jiaogulan is echter door een ervaren TCM beoefenaar onderzocht en omschreven
als “zoet, een weinig bitter, neutraal, warm, Yin verhogend en Yang
ondersteunend”. Hij gaf aan dat het bruikbaar zou zijn om de weerstand tegen infecties
te verhogen en om ontstekingen tegen te gaan.
In de zuidelijke bergstreken van China werd Jiaogulan als een opwekkend middel
gebruikt.
Voordat men ging werken dronk men de thee van de Jiaogulan plant omdat het een
beter uithoudingsvermogen en meer energie zou geven Na het werk dronk men de
thee om de vermoeidheid te verlichten. Het werd tevens gebruikt om de
gezondheid te ondersteunen en het stond bekend als een verjongend elixir.
Tevens werd het gebruikt bij verkoudheden en longproblemen.
De lokale bevolking noemt Jiaogulan “Xiancao” wat betekent
“onsterfelijkheidkruid”, zij omschreven Jiaogulan als “Ginseng, maar beter dan
Ginseng”. Saponinen die veel overeenkomsten met die van Pantax Ginseng
vertoonden. De daarop volgende tien jaren ontdekte hij bij verdere
wetenschappelijke onderzoeken dat Amachazuru 82 verschillende soorten saponinen
bevat, waar Pantax Ginseng slechts 28 saponinen bezit. Het merkwaardige is
echter dat deze twee planten geen familie van elkaar zijn en toch dezelfde
belangrijke stoffen bezitten, nml. de saponinen, die zowel in water als in olie
oplossen en die, wanneer deze in water opgelost en geschud worden, schuimen.
In Pantax Ginseng worden de saponinen ginsenosiden genoemd. In Jiaogulan of
Amachazuru worden ze gypenosiden genoemd.
Prof. Takemoto en zijn team gaven de geďsoleerde en gelokaliseerde saponinen de
nummers 1 tot 82.
In een dorp in de buurt van Fanjing Mountain in de provincie Guizhou leven vele
mensen die 100 jaar oud zijn. Wetenschappelijke onderzoeken wezen uit dat deze
mensen, in plaats van de oorspronkelijke groene thee, hoofdzakelijk Jiaogulan
thee dronken.

Jiaogulan losse thee Jiaogulan theezakjes
Heden (de ontwikkeling vanaf 1970)
In China.
In 1972 kwam er een wetenschappelijk onderzoek door een gemengde groep van
westerse en traditionele Chinese medici uit de Qu Jing uit de provincie Yunnan
naar de therapeutische effecten van Jiaogulan bij 537 gevallen van chronische
bronchitis. Dit was het eerste onderzoek van Jiaogulan in de medische
literatuur van de moderne Chinese geneeskunde.
Later, in 1987, volgde een tweede onderzoek door 16 wetenschappers onder
leiding van Dr. Jialiu Liu, professor in de pathologie. Dit onderzoek werd
gefinancierd door de regering van Guizhou. Zij had aan het Guiyang Medical
College een opdracht gegeven tot het onderzoeken van de mogelijkheden die de
natuurlijke bronnen uit de regio te bieden hadden.
In Japan.
Ook in Japan groeit de Jiaogulanplant van oudsher in het wild.
Hier werd de plant Amachazuru genoemd. “Ama” betekent “zoet”. “Che” betekent
“thee”, en zuru betekent “rank” of “wijnstok”. Deze naam (zoete theerank)
karakteriseert heel goed de eigenschappen van de plant. Ook hier in Japan stond de plant, net zoals
in de tijd van de Chinese Ming dynastie, in de bergstreken als een zoete thee
of voedingsplant bekend.

Gedroogde jiaogulan thee
In de jaren ’60 was het in de wetenschappelijke wereld bij vele onderzoekers
een trend om alternatieve zoetstoffen te vinden. Alhoewel men sacharine al vele
jaren kende, zocht men toch steeds naar andere alternatieven. In Japan had de
regering het gebruik van sodiumcyclamaten verboden. Sodiumcylamaat was net als
vervangende zoetstof ontdekt.
Dr. Masahiro Nagai, professor in de farmacologie aan de Hoshi Pharmaceutical
University in Hoshi vertelt over de ontdekking van de geneeskrachtige
eigenschappen van Jiaogulan :
“Ik had twee jaar gewerkt (1969-1971) aan het National Institute for health in
de U.S.A., waar wij veel onderzoek hebben gedaan naar Stevia. Stevia is een
veilige zoetstof die geen suiker bevat”.
“Toen ik naar Japan terugkeerde besloot ik de stoffen uit een andere plant
genaamd Amachazuru, als een mogelijkheid voor de vervanging van suiker, te
bestuderen, want door mijn achtergronden in de pharmacognese wist ik dat deze
plant zoete eigenschappen bezat.”.
Bij het analyseren van de zoete bestanddelen uit de Amachazuru stootte hij op
de eerste gemeenschappelijke ontdekking van de stoffen in Amachazuru. Hij
zag dat Amachazuru veel stoffen bevatte die overeenkwamen met die uit de
Pantax Ginseng terwijl het een heel andere plant is. In 1976 maakte hij zijn
bevindingen tijdens een bijeenkomst van de Japanse vereniging van farmacologen
in Hiroshima bekend.
In 1977 lazen prof. Takemoto en zijn onderzoeksteam mijn bevindingen over
Amachazuru en hij deed verder onderzoek naar de stoffen daarin. Nadat hij
Amachazuru zelf geanalyseerd had kwam hij tot de conclusie dat Amachazuru 4
dezelfde saponinen bevat als Pantax Ginseng en 17 andere soorten
In 1989 stierf prof. Takamoto en met hem ging ook de gedrevenheid wat betreft
de bestudering van Amachazuru verloren.
Maar ondertussen was ook in China bij wetenschappers de interesse voor
Jiaogulan groeiende. Men werd zich er steeds meer van bewust dat in de
zuidelijke streken waar Jiaogulan groeide het aantal 100-jarigen buitengewoon
groot was. Het kankerpercentage was relatief laag. Dit leidde ertoe dat aan het
einde van de jaren ’70 vele wetenschappers in deze regio onderzoeken startten.
De onderzoeken naar de gezondheidseffecten van Jiaogulan worden tot vandaag de
dag voortgezet en de vele farmacologische en therapeutische effecten
worden onderzocht en beschreven.
Er zijn ondertussen meer dan 300 bladzijden in verschillende medische journaals
over Jiaogulan en haar saponinen gepubliceerd.